(Deel 1 uit de Taal van je lichaam serie)
In het Westen hebben we geleerd om vooral met ons hoofd te begrijpen wat er aan de hand is.
Te analyseren wat we voelen.
Te verklaren waarom iets gebeurt.
Direct een oplossing te zoeken als iets niet prettig voelt.
Daar is niets mis mee.
Denken heeft ons ver gebracht.
Zeker als je iemand bent die gewend is om van alles te regelen, die veel ballen in de lucht te houdt en dingen goed kan organiseren (heel herkenbaar, toch?).
Maar soms kan je ook anders kijken.
Je kan ook kijken naar hoe iemand leeft, omgaat met zijn emoties of hoe er met spanning wordt omgegaan. Misschien iets meer vanuit een spirituele en emotionele kant in plaats van cognitief (dat is een duur woord voor mentaal).
Langdurige stress, trauma en onverwerkte ervaringen blijken echt iets te doen in en met je zenuwstelsel en daarmee dus ook wat er in je lichaam gebeurt. De laatste jaren zijn daar veel boeken over verschenen.
De invalshoeken zijn vaak anders.
De taal die ze gebruiken ook.
Maar in mijn praktijk heb ik geleerd dat alle invalshoeken eigenlijk allemaal naar hetzelfde verwijzen:
Je lichaam en hoe je in het leven staat, zijn niet van elkaar los te koppelen.
Er zijn zoveel oude volkswijsheden, die eigenlijk al een verband leggen tussen emoties en lichaam.
Iets op je lever hebben.
Een gebroken hart.
Hakken in het zand zetten.
Een brok in je keel.
Knikkende knieën.
Iets ligt zwaar op de maag.
Je gal spuwen.
Stress speelt zich niet alleen in je hoofd af.
Je lichaam onthoudt dingen.
Er is een verband tussen emoties en gedachten aan de ene kant en je lichaam en hoe die functioneert aan de andere kant.
Het is een soort van kettingreactie, want ‘iets’ wil jou in je lichaam veilig houden en jou zo optimaal mogelijk te laten werken.
De meeste lichamen beginnen gelukkig niet direct om aandacht te schreeuwen.
Vaak begint het heel subtiel.
Een beetje spanning in je nek.
Onrust in je buik.
Slechter slapen.
Moe wakker worden.
Sneller geïrriteerd zijn.
Een hoofd dat maar doorgaat.
Dingen die makkelijk weg te schuiven zijn.
Omdat je het druk hebt.
Omdat je veel aan je hoofd hebt.
Omdat je denkt dat het wel weer overgaat.
En meestal gaan we gewoon door.
Zeker als je gewend bent om alles te regelen.
Om te zorgen voor anderen.
Om te anticiperen op wat er zou kunnen gaan gebeuren.
Om sterk te zijn.
Tot je lichaam de balans niet meer kan volhouden en duidelijker moet worden. En ergens ziek wordt.
Ik geloof zelf niet in simpele verklaringen waarin elke klacht direct een vaste (emotionele of spirituele) betekenis heeft. Mensen zijn geen robots, geen invulschema.
Maar ik geloof wel dat het interessant kan zijn om af en toe een ander soort vraag te stellen.
In plaats van Hoe krijg ik dit weg?
Kijk je naar: Waar reageert mijn lichaam (en dus ik) eigenlijk op? Wat doet dit deel van mijn lichaam? Wat is de functie van dat onderdeel? Kan ik dat op mijn eigen leven plakken?
Alleen die vragen al, kunnen een beginnetje maken.
Dat is absoluut niet om een diagnose te stellen. We zijn geen artsen.
Maar ook zeker geen oordeel te hebben.
Gewoon een heleboel nieuwsgierigheid.
Misschien begint het luisteren naar je lichaam daar, bij die nieuwsgierigheid.
* Door de jaren heen heb ik veel boeken gelezen, workshops en trainingen gevolgd over dit onderwerp. In deze serie refereer ik aan schrijvers zoals Christiane Beerlandt, Annette Noontil, Lise Bourbeau, Gregg Neville, Bessel van der Kolk, Erik Peper en Gabor Maté.
En uiteraard Louise Hay.
