Wanneer wordt spiritualiteit 'magisch denken'?
Laatst hoorde ik voor het eerst de term magisch denken.
Het bleek een begrip te zijn uit de DSM-5, het handboek dat psychiaters en psychotherapeuten gebruiken.
Geen term die daar bepaald positief wordt beschreven.
Maar toen ik las wat er precies stond, moest ik even grijnzen.
Want echt: als je sommige spirituele gesprekken letterlijk uitschrijft, klinken ze best bijzonder. Ik heb genoeg opleidingen en trainingen gevolgd die deze term magisch denken beschrijven.
Jaren geleden durfde ik nooit openlijk te praten over engelen, intuïtie of boodschappen die zomaar leken binnen te komen. Niet omdat ik er niet in geloofde of de inzichten vertrouwde, maar omdat ik bang was voor wat anderen ervan zouden vinden.
Want, zeker toen, hadden veel mensen geleerd dat dit soort ervaringen thuishoren in de categorie fantasie, bizar of inderdaad, zoals in de DSM-5 staat: gekte.
Toch blijkt de werkelijkheid vaak minder zwart-wit.
Meer mensen dan je denkt hebben ooit een overleden dierbare gevoeld.
Hebben een stemmetje gehoord dat hen waarschuwde.
Hebben een droom gehad die later betekenisvol bleek te zijn.
Alleen praten we er niet altijd over.
Volgens sommige mensen is dat namelijk bewijs dat je het contact met de werkelijkheid verliest.
Volgens anderen is het juist een teken dat je meer waarneemt dan de meeste mensen.
Misschien verklaart dat ook waarom de meningen hierover zo verdeeld zijn.
Aan de ene kant de wereld die zegt: als het niet meetbaar is, bestaat het waarschijnlijk niet.
Aan de andere kant de spirituele wereld die zegt: als je het ervaart, dan is het waar.
Ik ben niet voor of tegen.
Wat mij betreft hoeft zeker niet alles meetbaar te zijn.
En vergis je niet: inmiddels kunnen al veel zogenaamde onverklaarbare energetische processen wél worden gemeten.
Ik kan een ervaring serieus nemen zonder meteen een conclusie te trekken.
Van mezelf of van mijn cliënten.
Misschien gaat het daarom niet alleen over de ervaring zelf, maar over wat die ervaring met je doet.
Word je er bang van?
Verlies je het contact met jezelf of met de mensen om je heen?
Word je afhankelijk van wat je hoort of voelt?
Of brengt het juist rust?
Inzicht?
Troost?
Een groter gevoel van verbondenheid?
Ik heb mensen begeleid die stemmen hoorden waar ze doodsbang van werden.
Stemmen die hen naar beneden haalden.
Hen vertelden dat ze waardeloos waren.
Of dingen opdroegen die hen, of anderen, pijn deden.
Dat is ontzettend zwaar en ingewikkeld.
Maar ik heb ook mensen ontmoet die een innerlijke stem hadden die hen hielp.
Die hen waarschuwde.
Die hen vertelde om liever voor zichzelf te zijn.
Die hen wees op iets wat ze diep van binnen eigenlijk al wisten.
Misschien hoeft iets niet direct te worden gelabeld als gek of normaal.
Misschien mogen we gewoon nieuwsgieriger worden.
Niet alleen naar wat iemand ervaart.
Maar ook naar wat die ervaring betekent.
Niet alles hoeft meteen bewezen te worden.
Niet alles hoeft meteen opgelost te worden.
Soms begint wijsheid juist bij het kunnen laten zijn van het niet-weten.
Bij het rustig onderzoeken van wat zich aandient.
En misschien is dat wel de plek waar psychologie en spiritualiteit elkaar kunnen ontmoeten.
