Soms hoor ik iemand tijdens een sessie zeggen:
“Ik ben gewoon niet zo assertief.” Of: “Ik ben ook zo’n uitsteller.” “Ik ben nu eenmaal iemand die moeilijk nee kan zeggen.”
Vaak denk ik dan: is dat eigenlijk wel waar?
Er is namelijk nogal een verschil tussen: Ik heb iets doms gedaan en: Ik ben dom.
Tussen: Ik vond het moeilijk om mijn grens aan te geven en: Ik ben niet assertief.
Of: Ik heb deze week weinig gedaan en: Ik ben lui.
We doen het verrassend vaak. We nemen iets wat we doen, of juist niet doen, en maken er ongemerkt een uitspraak van over wie we zijn.
Terwijl gedrag kan veranderen.
Je kunt in de ene situatie heel zelfverzekerd zijn en in een andere onzeker.
Je kunt op je werk uitstekend grenzen aangeven en dat bij je moeder opeens veel moeilijker vinden.
Je kunt vandaag iets uitstellen terwijl je gisteren ontzettend veel hebt gedaan.
Maar zodra je zegt: “Zo ben ik nu eenmaal”, gebeurt er iets anders.
Dan wordt iets wat je doet opeens onderdeel van wie je denkt dat je bent.
En volgens mij doen we dat niet alleen met de dingen die we minder leuk vinden aan onszelf.
“Ik ben degene die alles regelt.”
“Ik ben sterk.”
“Ik ben iemand die altijd klaarstaat voor anderen.”
Dat klinkt misschien positiever.
Maar dat zijn ook ideeën over wie we denken dat we zijn.
En als je jarenlang degene bent geweest die alles regelt, kan het ineens heel ongemakkelijk voelen om iets aan een ander over te laten.
Als je jezelf ziet als degene die sterk is, kan hulp vragen opeens voelen alsof het niet bij je past.
En als jij altijd degene bent die voor anderen klaarstaat, kan het behoorlijk wennen zijn om een keer te zeggen: vandaag even niet.
Maar dat is precies waarom het verschil tussen wat je bent en wat je doet zo belangrijk is.
“Ik ben nu eenmaal zo” laat niet zoveel ruimte over.
“Ik doe dit vaak” wel.
Want wat je doet, kun je veranderen.
Misschien niet van de ene op de andere dag. En misschien gaat het de ene keer makkelijker dan de andere.
Maar je kunt oefenen met nee zeggen. Je kunt leren om iets aan een ander over te laten. Je kunt hulp vragen, ook als je dat nooit deed. Je kunt een keer niet degene zijn die alles oplost.
Je hoeft jezelf daarvoor niet te veranderen in iemand anders.
Je kunt gewoon iets anders gaan doen.
